• Nieuws
Het is niemand in de koude kleren gaan zitten, deze toch bijzondere periode van lesgeven de afgelopen maanden. De geluiden van de krakende hersenen waren van ver hoorbaar. Elke week weer ​kwam er een nieuwe richting, een nieuw besluit, een nieuw inzicht. Iedereen heeft dit op zijn eigen manier beleefd. De één als stressvol, de ander als ‘mooie nieuwe wereld’. Het was in ieder geval voor iedereen een uitdaging.
Ook de rector van het ATC, Eelke de Boer, heeft deze tijd op zijn manier beleefd. Eentje die, ook hij, nog nooit had meegemaakt. In een interview doet hij zijn verhaal.​
 
 
Hoe heb je deze periode beleefd?
Uhhh…. Nou, niet als de vervelendste periode in mijn rectorschap, maar, zeker in het begin, is het heel belastend geweest. Wat het lastig maakt, is dat je verantwoordelijk bent voor de gezondheid van mensen! En dat je te maken hebt met veel verschillende groepen mensen en hun verschillende behoeftes. Het is een nieuwe situatie waarin snel beslissingen moeten worden genomen. Ik vond het soms ingewikkeld om aan de hand van​​ alle meningen te beslissen wat goed was. Het 30-minutenrooster, bijvoorbeeld, daar denken leerlingen, ouders en docenten verschillend over. Ik sta nog steeds achter de gedachte om leerlingen niet te lang naar een scherm te laten kijken en ruimte te maken om zelf de stof te verwerken. Aan de andere kant begrijp ik de kritiek van sommige ouders dat we leerlingen daardoor te veel vrijheid hebben gegeven. Dat is interessante feedback. 
 
Dat klinkt kritisch…
Haha, het is altijd goed om kritisch te blijven en na te denken over hoe dingen beter kunnen. En vooral in zo’n nieuwe situatie als deze. Ik denk zeker dat we dingen kunnen aanscherpen, zoals het aantal streamlessen, mentorcontact, etc. En laten we hopen dat het niet nodig is, maar we nemen dit natuurlijk mee voor een eventuele nieuwe lock-down.
Zijn er ontwikkelingen waar je trots op bent?
Zeker! Zo ben ik tevreden over het alternatieve StudieLAB dat we in het leven hebben geroepen voor leerlingen, die extra toezicht nodig hebben bij het onderwijs op afstand. Ik zie dat we daar echt in een behoefte hebben voorzien.
En ik vind het ook fantastisch om te zien hoe iedereen het onderwijs-op-afstand heeft opgepakt. Hoe docenten zo snel die omslag hebben kunnen maken. Hoe leerlingen vanuit huis goed hebben meegedaan. En ook hoe ouders daarbij hebben geholpen. 
 
Heb je ook nog leuke bevindingen opgedaan, waar we in de toekomst nog iets mee kunnen?
Ja….niet zozeer voor de leerlingen, maar de vergaderingen, of het contact met de ouders, dat kunnen we wel vaker door middel van videobellen doen. Voor oudergesprekken hoeven ouders niet meer langs te komen bijvoorbeeld, wat het plannen ervan makkelijker maakt. Bij rapportvergaderingen kunnen docenten die niet fysiek aanwezig kunnen zijn bijvoorbeeld wel inbellen. Als je het voor de eerste keer doet, is het even wennen, maar nu is iedereen er handig in geworden. 
Of bijvoorbeeld als een docent niet naar school kan komen, omdat hij of zij bij​​voorbeeld een been gebroken heeft. Dan kun je nog steeds wel lesgeven, maar dan op afstand. Dan kunnen de lessen, die normaal wegens ziekte uit zouden vallen, gewoon doorgaan. Met de leerlingen in het lokaal met een surveillant, zoals altijd, maar dan met wel  een echt inhoudelijke les. En voor een leerling die langer ziek is, biedt online onderwijs-op-afstand ook mogelijkheden. Voor wat betreft de overdracht van kennis blijkt dat dat wel op afstand kan, maar alle ‘What really matters’-zaken, die leer je toch echt door fysiek op school te zijn. Kortom, ik kan niet wachten tot de leerlingen weer gewoon op school zijn. Dat vind ik toch het waardevolst.