In vwo 5 hebben we deze maand tijdens de lessen economie twee klaslokaalexperimenten gedaan. Bij een klaslokaalexperiment wordt de werkelijkheid nagebootst in een spelsetting.

Economen maken om situaties te analyseren vaak gebruik van modellen. In deze modellen wordt meestal rationeel gedrag van mensen verondersteld, bijvoorbeeld dat zij zullen gaan voor een zo hoog mogelijke opbrengst voor zichzelf. In werkelijkheid spelen echter vaak ook andere overwegingen een rol. Door het spelen van twee klaslokaalexperimenten, beide gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, ervaren leerlingen het verschil tussen de theorie en de werkelijkheid ook zelf.

In de 'gift exchange game' hebben we een situatie over loononderhandelingen tussen een werkgever en een werknemer bestudeerd. Een werkneme die op zoek is naar een baan zal in principe een loonbod boven een bepaald minimum altijd accepteren, aangezien hij anders helemaal geen inkomen heeft. Het is dan in het belang van de werkgever om een zo laag mogelijk bod te doen. In de praktijk valt dit wel mee, aangezien werknemers die zich ondergewaardeerd voelen ook niet gemotiveerd zullen zijn om te werken.

In het klaslokaalexperiment, dat leerlingen speelden aan een lange tafel zodat ze telkens tegen iemand anders speelden, lieten we daarom de werknemers na het accepteren van het loonbod kiezen hoe hard zij zich zouden inspannen tijdens hun werk: een hogere inspanning verhoogde de opbrengst van de werkgever. We zagen inderdaad dat de meeste werkgevers daardoor een stuk meer loon boden dan het minimum dat de werknemer als eis stelde.

Het andere experiment, de 'public goods game', speelden de leerlingen in groepjes van vijf. Hierin bestudeerden ze in hoeverre mensen bereid zijn een bijdrage te leveren aan collectieve goederen, zoals dijken en het leger.

De leerlingen hebben bij beide experimenten fanatiek gespeeld en tegelijkertijd ervaren hoe je economische modellen realistischer kunt maken. Het waren geslaagde experimenten!


de docenten economie in vwo 5,
Bart Elzing
Annemieke Thomassen
Matt Linssen